Auteur van deze pagina: Tamara Lambert, Hanneke Woltering en Canan Özay

0. Praktische informatie voor taalonderzoek



Diagnostisering van een taalstoornis (SLI) bij meertalige kinderen is complex, en dient met de grootste voorzichtigheid plaats te vinden. Het risico op onder- of over-diagnostisering is aanzienlijk; zie voor meer informatie de pagina Diagnostische materialen en meertaligheid.

Indien bij een tweetalig kind de Nederlandse taalverwerving bijzonder vertraagd verloopt, is het van belang dat er differentiatie plaatsvindt tussen enerzijds het soort fouten dat mogelijk/waarschijnlijk voortvloeit uit de moedertaal en culture achtergrond van het kind (NT2-problematiek), en anderzijds fouten die gerelateerd kunnen zijn aan een taalstoornis (TOS). Beide factoren – tweetaligheid en taalstoornis – kunnen een vertragende invloed op de taalverwerving van het Nederlands hebben, volgens onderzoek van Orgassa e.a. (2008) onder Nederlands -Turkse kinderen.

Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, zijn per talig domein (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) vragen geformuleerd. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijsten is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalstoornis. Aanvullend onderzoek is altijd noodzakelijk.

Vragenlijst (1) heeft betrekking op NT2-problematiek; deze vragenlijst vloeit voort uit een vergelijking tussen de moedertaal van het kind (zoals hieronder beschreven vanaf punt 2). Aansluitend op elke vraag treft u informatie aan, waarin de relatie tussen de specifieke fout en het betreffende kenmerk in de moedertaal wordt beschreven. Verschillen in talige kenmerken tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen leiden tot fouten in het Nederlands die gerelateerd zijn aan de moedertaal (en culturele achtergrond) van het kind; dit wordt negatieve transfer genoemd. Dit hoeft zeker niet een aanwijzing voor een TOS te zijn! Overeenkomsten tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen de verwerving van de Nederlandse taal in principe positief beïnvloeden; dit wordt positieve transfer genoemd.

Omdat er weinig Tsjechisch wetenschappelijk onderzoek is naar TOS en meertaligheid, is het van belang om – naast de talige informatie over het Tsjechisch en de NT2-problematiek die voortvloeit uit de verschillen tussen het Nederlands en het Tsjechisch – ook kritisch te kijken naar taalproductie in de moedertaal (Tsjechisch) van het kind. Hoewel er nog geen Tsjechische versie van de MAIN (Diagnostische materialen en meertaligheid) voorhanden is, zou de MAIN-handleiding – en de bijbehorende plaatjes – gebruikt kunnen worden om Tsjechische taalproducties aan het kind te ontlokken. Met hulp van een tolk zouden de geproduceerde zinnen geanalyseerd kunnen worden op talige elementen, zoals beschreven in vragenlijst (2). In geval van twijfel zou – met hulp van een tolk – een deel van de vragen uit vragenlijst (2) – met voorbeeldzinnen – voorgelegd kunnen worden aan de ouders van het kind. Vragenlijst (2) heeft betrekking op fouten in de moedertaal van het kind: het Tsjechisch. Die kunnen wel duiden op een mogelijke TOS.


(1) Vragenlijst in relatie tot NT2-problematiek (verschillen Nederlands - Tsjechisch)


Fonologie
Heeft het kind moeite met de productie van de Nederlandse klanken /y/, /ə/, /ʏ/, /oey/, /ei/ en/of /ʋ/?
Deze Nederlandse klanken komen niet in het Tsjechisch voor. Tsjechische kinderen kunnen problemen hebben met deze klanken bij het leren van het Nederlands

Morfologie
1. Lidwoorden
Laat het kind lidwoorden weg in het Nederlands? Of maakt het kind overmatig gebruik van aanwijzende voornaamwoorden (bijv. ‘die’ of ‘dat’) op plaatsen in de zin, waar in het Nederlands lidwoorden gebruikelijk zijn?
Het Tsjechisch kent geen lidwoorden; lidwoorden hebben in het Tsjechisch het karakter van een Nederlands aanwijzend voornaamwoord.

2. Onderwerp
Laat het kind het onderwerp van de zin (vaak) weg in het Nederlands? Of vooral in zinnen waarbij een persoonlijk voornaamwoord het onderwerp van de zin vormt?
Het Tsjechisch is een pro-drop taal waarin het onderwerp vaak niet expliciet benoemd wordt; het onderwerp wordt uitgedrukt als suffix van de persoonsvorm. Alleen als de spreker een bepaalde persoon wil benadrukken, wordt het onderwerp expliciet vermeld. Als het kind het onderwerp weglaat in het Nederlands, komt dit waarschijnlijk door negatieve transfer vanuit het Tsjechisch.

3. (Voor-)naamwoorden
Onder deze categorie vallen: o.a. zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, en persoonlijke, aanwijzende, vragende, bezittelijke en betrekkelijke voornaamwoorden. Plaatst het kind achter elk (voor-)naamwoord een uitgang/ extra klank?
In het Tsjechisch krijgt elk (voor-)naamwoord een vervoeging.

Syntaxis
Heeft het kind moeite met de woordvolgorde in het Nederlands?
Het Tsjechisch heeft een vrijere woordvolgorde dan het Nederlands. Het is mogelijk dat Tsjechische tweetalige kinderen moeite hebben met de striktere woordvolgorde in het Nederlands.

Pragmatiek
Heeft het kind moeite met directe communicatie?
De Tsjechische cultuur is niet gewend aan de directe manier van communiceren zoals gebruikelijk is in Nederland. Tsjechen geven de voorkeur aan een meer gereserveerde vorm van communicatie.

Opmerkingen bij vragenlijst NT2-problematiek:
1) Het Tsjechisch is een taal met een rijkere morfologie dan het Nederlands. Een normaal ontwikkelend kind zal normaliter relatief weinig problemen ondervinden bij de verwerving van het ‘eenvoudige’ grammaticale systeem van het Nederlands. Uit onderzoek van De Jong et al. (2007) komt namelijk naar voren dat kinderen, waarvan de moedertaal een rijk morfologisch systeem bevat, minder moeite hebben met het leren van de morfologie van een tweede taal, indien die tweede taal een minder rijke morfologie heeft.

2) Een aantal elementen uit het Tsjechisch zijn vergelijkbaar met die van het Nederlands:
- Het gebruik van consonantclusters
- Het duiden van geslacht en persoon
- Het voorzetselgebruik (met uitzondering van de bijbehorende naamvallen)
- In zekere zin ook: de woordvolgorde

Doorgaans geven overeenkomstige talige elementen tussen moedertaal en tweede taal - bij kinderen met een normale taalontwikkeling - geen problemen bij de verwerving van die tweede taal; overeenkomsten tussen talen kunnen ondersteunend werken bij de verwerving.

Onderstaande vragen hebben betrekking op mogelijke problemen in de moedertaal van het kind op het gebied van fonologie, morfologie, syntaxis en/of pragmatiek.

(2) Vragenlijst in relatie tot problemen in de moedertaal (Tsjechisch)


Fonologie
Heeft het kind in het Tsjechisch moeite met het produceren van bepaalde klanken, terwijl dat niet meer verwacht wordt op zijn of haar leeftijd?

Morfologie
1.Werkwoordsvervoegingen en hulpwerkwoorden
Heeft het kind problemen met het vervoegen van (hulp-)werkwoorden in het Tsjechisch?
In het Tsjechisch worden werkwoorden vervoegd naar persoon, aantal, tijd, mood, voice en aspect. De categorie van het werkwoord is af te lezen aan de derde persoon enkelvoud. Het is van belang om te achterhalen of het kind meer en langduriger problemen heeft met werkwoordvervoegingen dan (tweetalige) leeftijdsgenoten. Ook het veelvuldig weglaten van hulpwerkwoorden in verplichte contexten, is een aandachtspunt.

2. Vervoegingen van (voor-)naamwoorden
Heeft het kind problemen met het vervoegen van naamwoorden en voornaamwoorden in het Tsjechisch? In het Tsjechisch wordt elk (voor-)naamwoord vervoegd. Het is van belang te achterhalen of het kind in de moedertaal meer en langduriger problemen heeft met het vervoegen van naamwoorden en voornaamwoorden dan (tweetalige) leeftijdsgenoten.

Syntaxis
In het Tsjechisch specificeren de (morfologische) uitgangen de betekenis van de elementen in de zin. De woordvolgorde is van minder belang; het Tsjechisch heeft een vrijere woordvolgorde dan het Nederlands. Als een kind meer en langduriger fouten maakt met vervoegingen dan (tweetalige) leeftijdsgenoten, geeft dit waarschijnlijk meer informatie dan de gebruikte woordvolgorde (zie morfologie).

Pragmatiek
Maakt het kind weinig oogcontact, is het verminderd wederkerig en heeft het zwakke communicatieve vaardigheden in de moedertaal? De Tsjechische cultuur is niet gewend aan de directe manier van communiceren zoals gebruikelijk is in Nederland. Tsjechen geven de voorkeur aan een meer gereserveerde vorm van communicatie. Als het kind – ook in de eigen moedertaal - pragmatische problemen laat zien die niet passend zijn voor de Tsjechische wijze van communiceren - dan zijn dergelijke kenmerken mogelijk een indicatie voor een pragmatische stoornis.

1. Algemene informatie over het Tsjechisch

Het Tsjechisch (officieel čeština of český jazyk genoemd) is de nationale taal van Tsjechië en wordt wereldwijd gesproken door ongeveer 12 miljoen moedertaalsprekers. De taal wordt vooral gesproken in Tsjechië, maar ook in de buurlanden Slowakije, Duitsland en Oostenrijk en in landen met veel Tsjechische immigranten, zoals Canada en de Verenigde Staten. Het aantal Tsjechen dat zich vanwege arbeidsmigratie in Nederland vestigt, is sinds 2007 sterk toegenomen. Op 1 januari 2009 woonden in Nederland zo'n 4,9 duizend Tsjechen (CBS).


szx.gif
Figuur 1: ligging Tsjechië ten aanzien van buurlanden waar de taal ook wordt gesproken. (Bron: http://www.landkaart.info/img/Landkaart-Tsjechie.gif )


Classificatie van de taalfamilie
Het Tsjechisch behoort tot de West-Slavische taalfamilie.


Indo-Europees

------>Slavisch

------------->West-Slavisch

----------------------> Tsjechisch


De Slavische talen worden traditioneler wijze opgedeeld in drie categorieën. Tot de Oost-Slavische talen behoren het Russisch, het Wit-Russisch en het Oekraïns. De West-Slavische talen (gesproken in Midden-Europa) bestaan uit het Pools, het Slowaaks en het Tsjechisch. De Zuid-Slavische groep wordt onderverdeeld in Zuidwest-Slavische talen (het Sloveens, het Bosnisch, het Servisch en het Kroatisch) en in Zuidoost-Slavische talen (het Macedonisch en het Bulgaars).

De talen vertonen onderling een sterk verwantschap. De verschillen tussen Slavische talen zijn zelfs zo klein dat de sprekers ervan in staat zijn om elkaars talen te begrijpen. Dit resulteert vaak in het feit dat iemand die een Slavische taal spreekt, over het algemeen weinig moeite heeft met het leren van een andere Slavische taal.

Het Tsjechisch is het sterkst verwant aan het Slowaaks en aan het Pools. Vooral het Tsjechisch en het Slowaaks zijn in zeer grote mate onderling verstaanbaar.

Dialecten
De talige situatie in Tsjechië is zeer complex. De officiële standaardtaal is het spisovná čeština. De bevolking gebruikt deze taal voornamelijk in geschreven vorm. In spreeksituaties wordt deze taal alleen gebruikt in officiële contexten, zoals het onderwijs, de politiek en op televisie en radio. De standaardtaal staat zo gezien vrij ver af van de moedertaal van de Tsjechen. De meeste inwoners hebben om die reden een variëteit als eerst taal. Het obecná čeština (oftewel het Algemeen-Tsjechisch) wordt vooral gebruikt in de Bohemen en heeft veel weg van het Praags. Buiten dit gebied wordt deze taal echter als ongepast ervaren, vanwege het pragocentrisme ('hoofdstedelijke arrogantie'). Andere inwoners spreken een regiolect, een stadsdialect of een dialect. Volgens Ethnologue zijn er in Tsjechië een zestal dialecten: het Central Boheems, het Tsjecho-Moravisch, het Hanak, het Lach (Yalach), het Noordoost-Boheems en het Zuidwest-Boheems.
De variëteiten in Tsjechië hebben geen duidelijke scheidingslijn: elementen en kenmerken van de verschillende talen lopen vaak door elkaar heen. Dit komt mede doordat de standaardtaal in Tsjechië pas op school wordt aangeleerd. In de tussentijd zijn morfologische elementen en elementen uit het lexicon van de andere taalvariëteiten al doorgedrongen tot het gebruik van de standaardtaal.
De mate waarin iemand deze elementen gebruikt wanneer hij de standaardtaal spreekt, is afhankelijk van sociale en regionale factoren, van iemands leeftijd en taalvaardigheid en van de formaliteit van de context.

Religie
34% van de bevolking van Tsjechië heeft geen religie. 10,3% is katholiek, 0,8% is protestant en 9% heeft een andere religie. Van de overige 45% is niet bekend wat voor geloofsovertuiging het heeft (bron: Wikipedia).

Schriftsysteem
Het Tsjechisch heeft een lange historische ontwikkeling ondergaan die er uiteindelijk toe heeft geleid dat de taal vol onregelmatigheden, dubbele vormen en stylistische varianten zit. In deze taal komen dan ook grote verschillen tussen spreektaal en schrijftaal voor. De literaire, in woordenboeken en grammatica's beschreven variëteit wordt alleen in de meest officiële contexten gehanteerd. In normale, dagelijkse situaties spreekt men gewoonlijk een wijdverbreide tussentaal, een regionaal dialect of een combinatie van deze variëteiten en de standaardtaal (Leheckova, 2001).

Het schriftsysteem van de Slavische talen wordt bepaald door het land waarin de taal gesproken wordt en de voornaamste religie van het desbetreffende land. In Oosters- orthodoxe landen als Servië, Macedonië, Bulgarije, Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland wordt het Cyrillische schrift gehanteerd. In de overwegend rooms-katholieke landen als Bosnië, Kroatië, Slovenië, Slowakije, Polen en Tsjechië is echter het Latijns schriftsysteem gebruikelijk.

Het Tsjechisch alfabet is dus net als het Nederlands opgeschreven volgens het Latijns schriftsysteem. Het alfabet bestaat uit 42 letters:

Aa, (Áá), Bb, Cc, Čč, Dd, (Ďď), Ee, (Éé), (Ěě), Ff, Gg, Hh, Chch, Ii, (Íí), Jj, Kk, Ll, Mm, Nn, (Ňň), Oo, (Óó), Pp, Qq, Rr, Řř, Ss, Šš, Tt, (Ťť), Uu, (Úú), (Ůů), Vv, Ww, Xx, Yy, (Ýý), Zz, Žž

Met verschillende diakritische tekens wordt de uitspraak van de letters aangegeven, namelijk met de háček ( ̌ ), het accent aigu (ʹ) en de corona ( ̊ ).

2. Specifieke informatie over het Tsjechisch


Fonologie

Klinkers
In het Tsjechisch komen tien klinkers voor: 5 lange klinkers en 5 korte. Het verschil in klinkerduur is in deze taal erg belangrijk voor het toekennen van een betekenis aan een woord. Klinkers worden dan ook niet gereduceerd, genasaliseerd en ondergaan geen assimilatie; verschijnselen die in het Nederlands wel voorkomen (Dankovičová, 1999).

De lange klinkers in het Tsjechisch zijn:

/i:/ geschreven als í en ý (voor-vocaal)

/u:/ geschreven als ú en ů (voor-vocaal)

/Ɛ:/ geschreven als é (midden-vocaal)

/a:/ geschreven als á (achter-vocaal)

/o:/ geschreven als ó (midden-vocaal)


De korte klinkers in het Tsjechisch zijn:

/I/ geschreven als i en y (voor-vocaal)

/u/ geschreven als u (voor-vocaal)

/Ɛ/ geschreven als e en ě (midden-vocaal)

/a/ geschreven als a (achter-vocaal)

/o/ geschreven als o (midden-vocaal)



a.png

Figuur 2: De klinkers in het Tsjechisch (Bron: Dankovičová (1999))

De fonemen /o/ en /o:/ in het Tsjechisch worden soms ook genoteerd als /ɔ/ en /ɔː/ bij dialecten waarin de klanken meer open worden uitgesproken, zoals in het Centraal Boheems en het Praags.
  • /i/, /u/, /Ɛ/, /a/, /o:/, /e:/ worden vrijwel hetzelfde uitgesproken als in het Nederlands.
  • De /I/ als in het Nederlandse woord 'kip' heeft een iets andere plaats van articulatie.
  • Ook zijn er klinkers die niet voorkomen in het Tsjechisch, maar wel in het Nederlands:

- de /y/ als in het Nederlandse woord ‘fuut’

- de stomme –e /ə/ als in het Nederlandse lidwoord ‘de’

- de /ʏ/ als in het Nederlandse woord ‘hut’

Medeklinkers
Een algemeen kenmerk van Slavische talen is de grote hoeveelheid aan medeklinkers en sisklanken als s, sj, z en zj. Zo ook van het Tsjechisch.

Hieronder staan de medeklinkers in het Tsjechisch en in het Nederlands weergegeven.
b.png
Figuur 3: Medeklinkers in het Tsjechisch en hun kenmerken (Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Czech_phonology)

cx.png

Figuur 4: Medeklinkers in het Nederlands en hun kenmerken (Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Dutch_language)

In het Tsjechisch wordt net als in het Nederlands onderscheid gemaakt tussen stemhebbende en stemloze consonanten. In het Tsjechisch is hier echter nog iets bijzonders mee aan de hand: assimilatie van consonanten. Assimilatie van stemhebbendheid is een belangrijk kenmerk van het Tsjechisch. Stemhebbende consonanten worden in de ene situatie namelijk stemhebbend uitgesproken, en in de andere situatie stemloos:

In medeklinkerclusters worden alle obstruenten oftewel stemhebbend of stemloos gerealiseerd, afhankelijk van regressieve assimilatie bij de laatste consonant binnen die cluster. In het Nederlands hebben we zowel regressieve als progressieve assimilatie, waarbij een klank juist kenmerken overneemt van de voorafgaande klank. Daarnaast worden stemhebbende obstruenten aan het einde van een woord stemloos (Dankovičová, 1999). Deze vorm van final devoicing kennen wij ook in het Nederlands: een /d/ aan het einde van een woord wordt bijvoorbeeld uitgesproken als een /t/.

Uit een vergelijking tussen beide talen kan het volgende worden geconcludeerd:
  • De klanken /b/, /d/, /t/, /h/, /j/, /k/, /l/, /m/, /n/, /p/, /s/ en /x/ worden hetzelfde uitgesproken als in het Nederlands (rood).
  • De groen omcirkelde klanken komen wel in het Nederlands voor, maar niet in het Tsjechisch:
ç (South)

ʝ (South)

ɣ (North)

ʋ
ɑçt

ʝaːn

ɣaːn

ʋɑŋ
acht

gaan

gaan

wang

Diftongen

In het Tsjechisch komen drie diftongen (tweeklanken) voor:

/au̯/ geschreven als au (bijna alleen in leenwoorden)

/eu̯/ geschreven als eu (alleen in leenwoorden)

/ou̯/ geschreven als ou

De klinkergroepen ia, ie, ii, io en iu die in leenwoorden voorkomen, zien de Tsjechen niet als diftongen. Ze spreken deze klinkers uit met een /j/ tussen de twee klanken [Ija, IjƐ, IjI, Ijo, Iju].

Prosodie
Het Tsjechisch heeft een vast woordaccent: de klemtoon ligt, in tegenstelling tot het Nederlands, altijd op de eerste lettergreep. Aan de hand van deze woordklemtoon kan men horen waar de grenzen tussen woorden liggen. Verder heeft het Tsjechisch dezelfde intonatiepatronen als het Nederlands.

Syllaben
De structuur van lettergrepen in het Tsjechisch is als volgt: (C)(C)(C)(C)V(C)(C)(C). Dit betekent dat er minstens één klinker in een lettergreep moet zitten en dat daaromheen verschillende medeklinkers geclusterd kunnen zijn. Deze lijkt erg op die van het Nederlands: (C)(C)(C)V(C)(C)(C)(C).

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
De verwachting is dat Tsjechische leerders van het Nederlands problemen zullen hebben met de /y/, met de stomme –e en met de /. Ze zullen waarschijnlijk geen moeilijkheden ondervinden bij het onderscheiden van lange of korte klinkers of bij het produceren ervan, omdat ze dit ook vanuit hun eigen taal kennen. Er zouden wel problemen kunnen ontstaan bij het waarnemen van klinkers in het Nederlands, wanneer deze gereduceerd worden of assimilatie ondergaan, omdat klinkers in het Tsjechisch altijd volledig uitgesproken worden.

Over het algemeen gezien heeft het Tsjechisch veel medeklinkers die ook in het Nederlands voorkomen. Er zijn echter ook medeklinkers die wel in het Nederlands voorkomen, maar niet in het Tsjechisch. De eerste drie klanken uit het bovenstaande rijtje zijn minder van belang, omdat het regionale varianten betreft. Tsjechen zullen echter wel moeite hebben met de uitspraak van /ʋ/ als in het Nederlandse woord 'wang', omdat deze klank niet voorkomt in hun eigen taal.

NT2-leerders hebben vaak moeite met medeklinkerclusters in het Nederlands. De verwachting is dat Tsjechische leerders weinig problemen zullen ondervinden bij het leren en uitspreken van deze clusters, omdat deze ook veelvuldig voorkomen in de eigen taal.

Voorbeeld: zmrzlina = ‘ijsje’

De Tsjechen kennen de tweeklanken /au/, /eu/ en /ou/ al vanuit de leenwoorden die ze gebruiken in hun eigen taal. De verwachting is dan ook dat deze klanken geen problemen opleveren bij het leren van het Nederlands. De /oey/ klank als in het Nederlandse woord ‘huis’ kennen de Tsjechen echter niet. Ook zullen zij problemen kunnen hebben met het onderscheiden en produceren /ij/ en /ie/, omdat ze in het Tsjechisch een /j/ tussen beide klanken plaatsen.

Morfologie
De morfologie van het Tsjechisch is zeer complex door de verscheidenheid aan grammaticale categorieën en vervoegingen. Om het overzicht te bewaren zullen deze punten eerst in zijn algemeenheid worden behandeld volgens de taalbeschrijving van Leheckova (2001). Daarna volgt een beschrijving van de elementen die van belang zijn voor taalstoornissen en de mogelijke NT2-problematiek.

Geslacht
In het Tsjechisch komen net als in het Nederlands drie geslachtsaanduidingen voor: mannelijk (masculine, MA), vrouwelijk (feminine, F) en onzijdig (neuter, N). Een typisch verschijnsel in het Tsjechisch is 'bezieldheid'. Mannelijke nomina krijgen namelijk het kenmerk 'levend' (MA) of 'niet-levend' (MI). Het geslacht van bijvoeglijke naamwoorden, voornaamwoorden, telwoorden en genominaliseerde werkwoorden wordt aangegeven door agreement met het zelfstandig naamwoord.

Getal
Net als in het Nederlands zijn er in het Tjechisch twee manieren om aantal aan te geven: enkelvoud (singular, SG) en meervoud (plural, SG). Er zijn zeven naamvalsuffixen waarmee het enkelvoud en het meervoud aangegeven kunnen worden. De verwachting is dan ook dat Tsjechische leerders van het Nederlands weinig moeite zullen hebben met de drie vormen van het het meervoud-suffix in het Nederlands. Dit is een hypothese. Er zijn geen publicaties over gevonden.

In het Tsjechisch komen drie persoonsaanduidingen voor: 1e persoon, 2e persoon en 3e persoon. Dit kenmerk is zichtbaar in de werkwoordsuitgang. Tsjechen gebruiken alleen persoonlijke voornaamwoorden wanneer ze iets willen benadrukken. Als dit niet het geval is, worden ze weggelaten

Naamval
Een algemeen kenmerk van Slavische talen is het conservatieve en rijke systeem van naamvallen. Nagenoeg alle Slavische talen hebben het Indo-Europese naamvalsysteem behouden, zo ook het Tsjechisch. Zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, voornaamwoorden en telwoorden worden in het Tsjechisch verbogen in 7 naamvallen (de nominatief (N), de genitief (G), de datief (D), de accusatief (A), de vocatief (V), de locatief (L) en de instrumentalis (I)).

Ook voorzetsels zijn bepalend voor de naamval van de naamwoordelijke constituent waar het voorzetsel betrekking op heeft; voorzetsels kunnen opgedeeld worden naar soort naamval (genitief, datief, accusatief, locatief, instrumentalis, of andersoortig).

De uitgangen zijn echter niet altijd voorspelbaar en er zijn verschillende uitgangen voor dezelfde naamval in de verschillende variëteiten van het Tsjechisch.

Verbale categorieën worden vervoegd naar: persoon, getal, tijd, mood, voice en aspect.

Werkwoorden
In het Tsjechisch komen vijf werkwoordscategorieën voor die allemaal vervoegd worden naar tijd, persoon, wijze, getal en aspect. De categorie van het werkwoord herkent men aan de 3e persoon enkelvoud (-e, -ne, -je, -í, -á).

Binnen de vijf werkwoordscategorieën wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen harde, zachte en gemengde vervoegingen. Verder komen er, net als in het Nederlands, zowel regelmatige als onregelmatige werkwoorden voor.

Voorbeeld: vervoeging van het regelmatige werkwoord mluvit (spreken)
ik spreek
mluvím
jij spreekt
mluvíš
hij/zij/het spreekt
mluví
wij spreken
mluvíme
jullie/u spreken/spreekt
mluvíte
zij spreken
mluví
Voorbeeld: vervoeging van het onregelmatige werkwoord mit (hebben)
ik heb
mám
jij hebt
máš
hij/zij/het heeft
má
wij hebben
máme
jullie/u hebben/heeft
máte
zij hebben
mají
Nb. Bovenstaande voorbeelden zijn afkomstig uit de ANWB taalgids Tsjechisch.

Er is een drietal tijdsaanduidingen: tegenwoordige tijd (present, PRES), verleden tijd (past, PAST) en een toekomende tijd (future, FUT). De tegenwoordige tijd wordt gevormd door een simpele vervoegde vorm. De verleden tijd wordt aangegeven met een hulpwerkwoord (de tegenwoordige tijd van het werkwoord ‘zijn’) en een voltooid deelwoord dat overeenkomst met het geslacht en aantal van het onderwerp. De toekomende tijd wordt gevormd door middel van een hulpwerkwoord (een vorm van ‘zijn’) en een infinitief van een imperfectief werkwoord (zie ook punt H voor meer informatie over imperfectieve werkwoorden).

Koppelwerkwoorden
In het Tsjechisch komt in de eerste naamval (nominatief) het naamwoordelijk gezegde met het koppelwerkwoord 'zijn' voor.

Eva je Češka (Eva is Tsjechische)

Mood
In de Tsjechische taal komen drie vormen voor die de zogenaamde 'mood' aangeven: de indicatief (indicative, IND), de gebiedende wijs (imperative, IMP) en de Conditionalis (conditional, COND).

Voice
In het Tsjechisch kunnen zinnen zowel actief als passief geformuleerd worden. De passieve vorm bestaat uit het hulpwerkwoord ‘zijn’ een passief deelwoord of een reflexieve vorm.

Aspect
Alle Slavische talen, dus ook het Tsjechisch, maken een onderscheid in perfectieve en imperfectieve werkwoorden. Deze werkwoorden geven aan of de handeling voltooid wordt (middels de perfectieve vorm) of beschrijven de handeling als een onvoltooid, aan de gang zijnd proces (middels de imperfectieve vorm). Dit is een verschijnsel dat wij niet kennen in het Nederlands.

Tijd
Het Tsjechisch heeft een drietal tijdsaanduidingen: tegenwoordige tijd (present, PRES), verleden tijd (past, PAST) en een toekomende tijd (future, FUT). De tegenwoordige tijd wordt gevormd door een simpele vervoegde vorm. De verleden tijd wordt aangegeven met een hulpwerkwoord (de tegenwoordige tijd van het werkwoord ‘zijn’) en een voltooid deelwoord dat overeenkomst met het geslacht en aantal van het onderwerp. De toekomende tijd wordt gevormd door middel van een hulpwerkwoord (een vorm van ‘zijn’) en een infinitief van een imperfectief werkwoord (zie ook punt H voor meer informatie over imperfectieve werkwoorden).

Bijvoegelijke naamwoorden
De bijvoeglijke naamwoorden hebben verschillende vormen: mannelijk (levend en niet-levend), vrouwelijk, onzijdig, meervoud of enkelvoud. Al deze vormen worden ook nog eens vervoegd naar een van de zeven naamvallen. Verder wordt er een onderscheid gemaakt in harde en zachte vervoegingen. De uitgang van het bijvoeglijk naamwoord wordt bepaald door het zelfstandig naamwoord.

d.png

Figuur 5: voorbeeld van de harde vervoegingen van 'goede zoon' (dobr syn) in het enkelvoud (UVA).

Onder punt A heeft u kunnen lezen dat in het Tsjechisch, net als in het Nederlands, drie geslachtsaanduidingen voorkomen. Het geslacht wordt aangegeven door middel van agreement met het zelfstandig naamwoord.

In het Tsjechisch komen dan ook geen lidwoorden voor zoals wij die kennen in het Nederlands: een onbepaald lidwoord bestaat niet in deze taal en bepaalde lidwoorden zijn zo moeilijk te onderscheiden van de aanwijzende voornaamwoorden, dat het eigenlijk geen lidwoorden zijn.

Persoonlijke voornaamwoorden
Zoals u onder punt D heeft kunnen lezen, wordt de persoon in het Tsjechisch normaliter aangeduid door middel van de werkwoordsuitgang. Als Tsjechen iets willen benadrukken, gebruiken ze wel een persoonlijk voornaamwoord om aan te geven om welke persoon het gaat.

De vorm van het persoonlijk voornaamwoord is afhankelijk van de rol in de zin. In het Tsjechisch komen drie vormen voor: een korte vorm in neutrale uitingen met weinig nadruk, een vorm na een voorzetsel en een lange vorm bij benadrukking of contrast. Deze vormen worden alle drie verbogen volgens één van de zeven naamvallen (UVA).

Bezittelijke voornaamwoorden
In het Tsjechisch gebruikt men ook bezittelijke voornaamwoorden. Het geslacht en de naamval van deze voornaamwoorden is in overeenstemming met het geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord. Ook hier zijn weer aparte vervoegingen voor mannelijk, vrouwelijk, onzijdig, enkelvoud en meervoud. De vormen komen overeen met die in het Nederlands (mijn, jouw, zijn, haar, ons/onze, jullie/uw en hun).

Voornaamwoorden
Ook de andere voornaamwoorden (aanwijzende, vragende, wederkerende bezittelijke, en betrekkelijke) zijn onderhevig aan naamvallen en geslacht. Om een indruk te krijgen over het – immense - aantal mogelijke voornaamwoorden in het Tsjechisch per categorie en per naamval wordt verwezen naar de website van de UVA.

e.png

Figuur6: Persoonlijke voornaamwoorden in het Tsjechisch (vervoegd naar 1e t/m 3e naamval) (Bron:http://cf.hum.uva.nl/tsjechisch/)

Verkleinwoorden
Verkleinwoorden worden gevormd door een van de de achtervoegsels (-ek, -ík, -ečka, -iček, -áček, -íčka, -íčko etc.) achter het zelfstandig naamwoord te plaatsen.

Voorbeeld: ružě - růžiča (roos - roosje)

Voorzetsels
De voorzetsels regeren net als in het Duits met een naamval. Het voorzetsel is evenals in het Nederlands een los woordje en wordt niet achter of voor een ander woord gevoegd.

Voorbeeld:

bez = zonder

Jsem bez práce = ik ben zonder werk

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
In het Tsjechisch komen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden voor. Bij de mannelijke nomina maakt men een onderscheid tussen leven en niet-levend. Zowel bij mannelijke zelfstandige naamwoorden, als bij vrouwelijke en onzijdige komen harde en zachte vervoegingen voor. Zelfstandige naamwoorden die op klinker eindigen, zijn in de meeste gevallen vrouwelijk (-a, -e) of onzijdig (-o, -i). De mannelijke zelfstandige naamwoorden eindigen vaak op een medeklinker en verwijzen naar dingen.

f.png
Figuur 7: voorbeeld van de vervoeging van het mannelijke zelfstandige naamwoord pán in het enkelvoud (UVA).

In het Nederlands krijgt het zelfstandig naamwoord geen uitgang. Het zou zo kunnen zijn dat Tsjechische leerders van het Nederlands toch een uitgang achter zelfstandige naamwoorden plaatsen, omdat ze dit in de moedertaal ook doen.

Verder maakt het Tsjechisch net als het Nederlands gebruik van verkleinwoorden. In het Nederlands zijn hier een stuk minder vormen van dan in het Tsjechisch, maar er moet wel worden opgemerkt dat het in het Tsjechisch veel duidelijker is wanneer welke vorm gebruikt dient te worden. In het Nederlands is het een stuk minder doorzichtig wanneer welk verkleinwoord gebruikt wordt. Het zou dus zo kunnen zijn dat Tsjechen oftewel het systeem van verkleinwoorden in het Nederlands snel onder de knie zullen hebben, omdat er minder vormen zijn. Maar het zou ook zo kunnen zijn dat het de leerders niet goed weten wanneer ze welk achtervoegsel moeten gebruiken. Daarnaast komt de stomme -e niet voor in het Tsjechisch, terwijl deze soms wel bij de vorming van een verkleinwoord wordt gebruikt in het Nederlands, bijvoorbeeld in het woord 'bloemƏtje. Tsjechische leerders van het Nederlands zullen waarschijnlijk problemen ondervinden bij het gebruiken en produceren van deze klank.

Dit zijn hypotheses. Er zijn geen publicaties over gevonden.
In het Tsjechisch bestaat het bijvoeglijk naamwoord dus net als het Nederlands uit een basis met een achtervoegsel. Het verschil is echter dat in het Tsjechisch altijd een achtervoegsel wordt gebruikt, en in het Nederlands niet (voorbeeld: een mooi huis). Het zou zo kunnen zijn dat Tsjechische leerders van het Nederlands om die reden altijd een uitgang achter het bijvoeglijk naamwoord zullen plaatsen, omdat het bijvoeglijk naamwoord in het Tsjechisch ook altijd van een uitgang voorzien wordt. Zij zullen in het Nederlands

Alle vervoegingen hebben een eigen uitgang. Dit is anders in het Nederlands, waar van de stam (de ik-vorm) wordt uitgegaan voor verdere vervoegingen. De ik-vorm heeft dan ook geen werkwoordsuitgang. Het is dan ook denkbaar dat Tsjechische kinderen ook een uitgang achter de ik-vorm plakken in het Nederlands, omdat ze dat gewend zijn vanuit hun moedertaal. Ook zou het zo kunnen zijn dat ze bij elk werkwoord dezelfde uitgang gaan gebruiken, omdat het Nederlands in vergelijking tot het Tsjechisch weinig uitgangen heeft.

Verder heeft het Nederlands meer werkwoordstijden dan het Tsjechisch. De kinderen zullen aanvankelijk problemen hebben met het onder de knie krijgen van de werkwoordstijden die niet in het Tsjechisch voorkomen.

Een ander punt is het gebruik van onregelmatige werkwoorden in het Nederlands. Vaak hebben anderstaligen hier problemen mee, omdat het een categorie is die apart aangeleerd moet worden. Het fenomeen 'onregelmatig werkwoord' komt echter ook voor in het Tsjechisch. De kinderen zullen het begrip in ieder geval al kennen. Ze moeten alleen de vormen er nog bij leren.

Dit zijn hypotheses. Er zijn nog een publicaties gevonden over dit onderwerp. fouten produceren als 'een mooie huis'.

In het Nederlands hebben we het persoonlijk voornaamwoord nodig om te weten over wie we het hebben. Aan de werkwoordsuitgangen is namelijk niet altijd te zien over welke persoon het gaat (bij 'werken' is het bijvoorbeeld lastig om te bepalen of het gaat om 'wij' of om 'zij'). Dit element is in het Nederlands dus eigenlijk onmisbaar.

In het Tsjechisch is het echter gebruikelijk om persoonlijke voornaamwoorden weg te laten wanneer er geen nadruk op ligt in de zin. Het Tsjechisch is daarmee (gedeeltelijk) een pro-drop taal: het onderwerp is niet altijd verplicht. Ook wordt het duidelijk om welke persoon het gaat als men naar de werkwoordsuitgang kijkt. Dit kan ertoe leiden dat Tsjechische kinderen die Nederlands leren het persoonlijk voornaamwoord weglaten. Dit is een hypothese. Er zijn nog geen publicaties over verschenen.

Tsjechische leerders van het Nederlands plaatsen mogelijkerwijs een uitgang achter het bezittelijk voornaamwoord in het Nederlands, omdat de voornaamwoorden in het Tsjechisch allemaal voorzien zijn van een vervoeging. Dit is een hypothese. Er zijn nog geen publicaties over verschenen.

De voorzetsels van het Tsjechisch zijn qua betekenis vergelijkbaar met die van het Nederlands. Een bijkomend voordeel is dat de voorzetsels in beide talen losse woorden zijn en op een dezelfde plaats gezet worden. De Tsjechische leerder van het Nederlands dient zich alleen nog de Nederlandse betekenis en vormen eigen te maken. Op het gebied van voorzetsels worden weinig problemen verwacht. Dit is een hypothese. Er zijn geen publicaties over gevonden.

Omdat Tsjechische kinderen in hun eigen taal geen lidwoorden kennen, zullen ze deze waarschijnlijk ook niet gebruiken in het Nederlands. Dit is een hypothese, er zijn nog geen publicaties over verschenen.


Syntaxis
Het Tsjechisch is net als het Nederlands een SVO-taal (onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp), maar heeft wel een vrijere woordvolgorde. Dit komt door de hoeveelheid naamvallen die de taal heeft: de naamvalsuitgang en niet de plaats van het woord in de zin geeft de grammaticale betekenis weer. Door dit rijke systeem zijn de syntactische relaties binnen de zin altijd transparant. In Slavische talen wil men steeds meer toewerken naar een standaardvolgorde, maar vooral in de schrijftaal is er veel variatie in woordvolgorde zichtbaar.

Toch is de informatie binnen de zin geordend volgens een vast principe: oude, bekende informatie plaatst men aan het begin van de zin. Nieuwe informatie en belangrijke mededelingen staan aan het einde van een zin. Wanneer het een emotionele uitdrukking betreft, wordt de informatie wel aan het begin van de zin gezet.

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
Tsjechische leerders van het Nederlands zullen waarschijnlijk problemen ondervinden met de striktere woordvolgorde in het Nederlands. In het Nederlands worden de rollen binnen de zin (bijvoorbeeld onderwerp en lijdend voorwerp) meer aangegeven door de plaats van deze rollen in de zin. In het Tsjechisch specificeren de uitgangen de betekenis en de rollen en is de woordvolgorde minder van belang.

Pragmatiek
In Tsjechië wordt het als onbeleefd ervaren wanneer je iemand betutteld of betweterig benadert. Tsjechen houden er namelijk niet van als iemand hen vertelt wat ze wel of niet moeten doen. Omgangsvormen zijn in Tsjechië erg belangrijk. De directe stijl van communiceren zoals wij die kennen in Nederland, past niet binnen hun straatje. Ze communiceren liever op een vrij ingetogen manier en zullen bijvoorbeeld ook niet snel roepen op straat.

De ingetogen manier van communiceren is ook terug te zien bij kennismakingen. Tsjechen gedragen zich aanvankelijk formeel en laten bij onbekenden niet snel een blijk van herkenning of verstandhouding zien. Ze reageren vaak afwachtend, doch vriendelijk en beschaafd. Ook gesticuleren doet men in Tsjechië weinig en op een ingetogen manier. Naarmate Tsjechen iemand beter leren kennen, worden ze vaak opener, maar ze zullen altijd ietwat gereserveerd blijven. Het wordt dan ook als beledigend ervaren wanneer iemand te snel op een informele manier probeert te communiceren. Verder zullen Tsjechen het niet snel zeggen wanneer ze iets niet goed verstaan of begrepen hebben.

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
Zoals u hierboven heeft kunnen lezen, houden Tsjechen over het algemeen niet van de directe manier van communiceren zoals wij die kennen in Nederland. Dit maakt het extra lastig om te bepalen of een kind een pragmatische stoornis heeft. Om te bepalen of er bij een Tsjechisch kind sprake is van verminderde wederkerigheid, minder oogcontact en/of zwakke communicatieve vaardigheden, dient eerst te worden nagegaan in hoeverre dit veroorzaakt wordt door de gereserveerdheid van de Tsjechische cultuur en de reactie op onze directe manier van communiceren.

Daarnaast is het belangrijk om bij het kind na te gaan of de boodschap is overgekomen, omdat ze het niet snel zullen laten merken of ze iets goed verstaan of begrepen hebben.

3. Verwervingsfases van bovengenoemde domeinen in het Tsjechisch

Pačesová (1979) heeft de verwervingsvolgorde van de onder paragraaf 2 genoemde domeinen door Tsjechische kinderen als volgend getypeerd:

g.png
Figuur 8: Verwervingsvolgorde van grammaticale elementen in het Tsjechisch (Pačesová, 1979).


Helaas was het niet mogelijk om leeftijden bij de verwervingsvolgorde te plaatsen, omdat het artikel in het Tsjechisch is verschenen. Wel is er aan de hand van publicaties over crosslinguïstische taalverschillen iets te zeggen over de volgorde van verwerving. Uit crosslinguïstisch onderzoek is namelijk gebleken dat jonge kinderen gevoelig zijn voor de typologie van de taal die ze verwerven. Het is bekend dat kinderen die een taal met een rijke morfologie verwerven (zoals Slavische talen) zich eerder concentreren op de morfologie dan kinderen die een taal verwerven met een relatief arme morfologie (zoals het Engels, het Duits en het Nederlands). Dit leidt tot de veronderstelling dat morfologische categorieën eerder worden verworven bij kinderen die een morfologie rijke taal leren (Fisiak, 1997).

Naar aanleiding van deze hypothese kan worden verondersteld dat Tsjechische kinderen de morfologie van hun taal eerder verwerven dan Nederlandse kinderen. Dit is een hypothese.

4. onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Tsjechisch

Er is helaas weinig informatie gevonden over specifieke taalstoornissen bij Tsjechische kinderen. Het is dan ook nog niet of nauwelijks bekend wat de symptomen zijn van SLI in deze taal. Op basis van de verschillen tussen het Tsjechisch en het Nederlands kunnen wel verwachtingen geformuleerd worden over de moeilijkheden die Tsjechische kinderen zullen ondervinden bij het leren van het Nederlands. Op basis hiervan kunnen vervolgens voorzichtige uitspraken worden gedaan over een het verloop (normaal of afwijkend) van de Nederlandse taalontwikkeling bij deze kinderen.Deze specifieke informatie kunt u terugvinden onder de kopjes 'mogelijke fouten door NT2-problematiek'.

Er is één publicatie gevonden over spraakstoornissen bij Engelse en Tsjechische kinderen. Het betreft de bachelorscriptie van Eva Mlčáková waarin enerzijds een theoretisch kader omtrent karakterisatie en behandeling van taal- en spraakstoornissen in het algemeen is opgenomen, en anderzijds een praktijksituatie beschreven is. Er is voornamelijk gekeken naar de houding van de ouders t.o.v. van het kind en de invloed van intelligentie op de ontwikkeling van spraakproblemen aan de hand van een vergelijking tussen Engelse en Tsjechische kinderen met een taal- en spraakstoornis. Het doel van het onderzoek was om te bepalen of het niveau van spraaktherapie hoger ligt in Tsjechië dan in Amerika. Voor wie meer wil lezen over uitspraakverschillen tussen het Tsjechisch en het Engels van op het eerste gezicht dezelfde fonemen, over spraak- en taalstoornissen en bijbehorende therapieën in het algemeen, biedt deze scriptie een duidelijk en laagdrempelig overzicht.

Één op de vijf kinderen in Amerika heeft een spraak- of taalstoornis. Dit aantal ligt veel lager in Tsjechië. Een mogelijke verklaring die geopperd wordt is de invloed die de omgeving heeft op de taalontwikkeling van kinderen. In Amerika groeien de kinderen op in een omgeving met televisies en eenzijdige communicatie, wat van invloed zou kunnen zijn op de taalontwikkeling. In Tsjechië is er veel meer interactie met kinderen, omdat zij vaak opgroeien in een communicatieve situatie, omdat de grootmoeders vaak de rol van oppas op zich nemen. Deze context heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van taal- en spraak. Ook zijn er grote verschillen tussen de benadering van spraakpathalogen in Tsjechië en Amerika. In Amerika is het namelijk gebruikelijk om groepssessies aan te bieden, maar daarin wordt vaak niet gezorgd voor een heterogene groepssamenstelling (waarin kinderen dezelfde leeftijd en dezelfde problematiek hebben).

Uit het onderzoek kwam naar voren dat er niet veel verschillen zijn tussen de uitspraak van de klinkers in beide talen. De grootste verschillen lagen bij de consonanten. De verschillen in uitspraak leidden tot articulatieproblemen. Aan dit onderzoek hebben Tsjechische kinderen in de leeftijd van 0 tot 19 deelgenomen. Voor het Engels waren dit kinderen van 3 tot en met 21 jaar. De Engelse kinderen vervingen de /r/ vaak door de /l/. Bij de Tsjechische kinderen leverde uitspraak van de /r/ eveneens problemen op, maar ook de /s/ en de /z/.

Deze paragraaf over SLI zal verder worden ingevuld zodra hierover meer informatie beschikbaar is.

5. Literatuurverwijzingen

Dankovičová, Jana (1999), "Czech", Handbook of the International Phonetic Association, Cambridge University Press, pp. 70–74

Fysiak, J. (1997). Language history and linguistic modelling. Walter de Gruyter & Co., Berlin, pp. 1411-1412.

Jong, J. de & A. Orgassa (2007). Specifieke taalstoornissen in tweetalige context. Logopedie en Foniatrie 79, 208-212.

Leheckova, H. (2001). Manifestation of aphasic symptoms in Czech.Journal Of Neurolinguistics, Vol. 14(2-4), pp. 179-208.

Mlčáková, E. (2010). Speech Defects in English Speaking and Czech Children. Bachelor's Diploma Thesis. Masaryk University.

Orgassa, A. & F. Weerman (2008). Dutch gender in specific language impairment and second language acquisition.Second language Research, 24, 333-364.

Pačesová, J. (1979). Řeč v raném dětstvi. Univerzita J.E. Purkyně

Van Vuren-Matejiwkova, I. ANWB Taalgids Tsjechisch. ANWB Uitgeverij Boeken/JV


Webadressen

www.culturescope.nl/content/view/533/61/lang.nl

www.ethnologue.com

http://cf.hum.uva.nl/tsjechisch/

www.omgangsvormen.nl/tsjechie.htm

http://www.tsjechischetaal.org/

http://en.wikipedia.org/wiki/Czech_phonology


Tevens is bij de invulling van deze pagina gebruik gemaakt van de reeds bestaande wikipedia-pagina's over het Tsjechisch en Slavische talen.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Tsjechisch

nl.wikipedia.org/wiki/Slavische_talen

Religie

Tips

http://cf.hum.uva.nl/tsjechisch/

Ústav pro jazyk český - het Instituut voor het Tsjechisch van de Tsjechische Academie van Wetenschappen

Slovník.seznam.cz - Tsjechische onlinewoordenboeken van en naar verschillende andere talen.

Bohemica.com

Nederlands/Tsjechisch woordenboek (zeer compleet)

het (Nederlands) Tsjechisch Forum